HET JUMP-GTM TEMPLATE IMPORTEREN
Het JUMP – GTM-template zorgt ervoor dat alle ingebouwde dataLayer events goed doorgemeten kunnen worden in Google Tag Manager. Daarnaast worden deze door het template ook goed doorgestuurd naar kanalen zoals Google Analytics 4 en Facebook.
Stap 1: Maak een GA4 – property (of account aan als deze er nog niet is)
Ga naar https://analytics.google.com/. Log in met accelerate@bytomorrow.nl. Heb je vanuit de klant toegang gekregen tot hun GA4 account? Open dan hun account.
Heb je geen toegang gekregen tot het account van de klant? Maak dan een property aan onder het JUMP – GA4 account.
In het oranje het account, in het rood de property. Een property valt altijd onder een account.
Als je in het juiste account zit, klik dan linksonder op beheer. Klik vervolgens op “maken”. Kies hier voor “property”.
Er opent een nieuw scherm, daarin wordt de property aangemaakt. Vul alle gegevens correct in.
Let op! Zorg dat de tijdszone correct staat en de valuta ook (naar land en valuta van de klant/platform). Bij de doelen, selecteer de eerste 4 opties (dit is belangrijk voor rapportage). Kies “web” en zorg dat verbeterde meting aan staat.
Klik het instellen met Google Tag – scherm WEG! Je hebt alleen de Metings-ID nodig voor het instellen, deze is te zien nadat de Google Tag optie is weg geklikt, zie voorbeeld hieronder:
Stap 2: Maak een GTM – container (of account aan als deze er nog niet is)
Ga naar https://tagmanager.google.com/[SW1] en log in met accelerate@bytomorrow.nl. Heb je vanuit de klant toegang gekregen tot hun GTM-account? Open dan hun account.
Heb je geen toegang gekregen tot het account van de klant? Maak dan een container aan onder het JUMP – GA4 account of maak een volledig nieuw account voor de klant.
Een container valt altijd onder een account, een account kan meerdere containers hebben (zie bijvoorbeeld het Jump GTM account).
Links is het account, klik op het plusje om een volledig nieuw account aan te maken.
Rechts is de container, klik op het plus om een nieuwe container aan te maken.
Bij beide opties spreken de stappen redelijk voor zich, hier wordt in deze uitleg verder geen aandacht aan besteed. Het enige wat geselecteerd moet worden in de container is “web”.
Stap 3: JUMP-omgeving koppelen met GTM
Open als eerste het JUMP – Dashboard van de klant op admin.bytomorrow.nl. Ga naar het admin panel van de klant en ga naar “website-instellingen”. Vul onder Google Tag Manager ID het ID van de GTM – Container in.
Onderstaand een voorbeeld waar deze staat in Google Tag Manager:
Let op! Selecteer alleen het gedeelte NA “GTM”, in dit voorbeeld dus: “58BM4DDK”. Kopieer dit stukje uit de code en vul deze in het Admin Panel van JUMP in.
Stap 4: Test of GTM goed gekoppeld staat
Nadat de code is ingevuld in het admin panel van JUMP is het belangrijk om te testen of deze goed wordt ingeladen in GTM. Ga naar de Tag Manager Container en klik in de werkruimte op “voorbeeld” rechtsboven.
Vul de URL (volledig, dus inclusief https://) in van het JUMP-kanaal en druk op koppelen.
Als alles correct staat, wordt de tag assistent omgeving geladen.
Als de code niet goed staat, verschijnt onderstaande beeld:
Controleer of de code goed staat in het admin panel. Als dit correct staat, check dan of er adblockers of cookie blockers in de browser zitten. Is dit niet het geval, dan zijn er mogelijk onderliggende problemen.
Stap 5: Importeren van het Template
In de map: Meetbaarheid staan alle importversies voor JUMP GTM. Download het nieuwste bestand uit de teams omgeving.
Ga vervolgens naar de Google Tag Manager container en klik op beheer. Onderstaand scherm wordt geopend, klik in dit scherm op “container importeren”.
Klik vervolgens op container bestand kiezen en selecteer hier het importbestand die gedownload is uit de teams omgeving.
Er zijn twee opties: OVERSCHRIJVEN & SAMENVOEGEN, hieronder uitleg wanneer je welke moet kiezen:
- OVERSCHRIJVEN
Kies deze optie bij nieuwe containers of het bijwerken van containers. Deze optie betekent eigenlijk dat je een compleet nieuwe container maakt. Heeft een klant al veel data? Verwijder dan niet zomaar de container, dit leidt tot enorme data verschillende in GA4 en andere kanalen. Doe dit dus alleen als je zeker weet dat de import container dezelfde benamingen heeft (bijvoorbeeld bij de JUMP-templates, dan zijn het identieke tags) - SAMENVOEGEN
Kies de optie als er bijvoorbeeld tags/triggers/variabelen staan die in de container moeten blijven. Zorg ervoor dat tags die dezelfde benaming hebben wel worden overschreven door de nieuwere versie. Anders worden er misschien verwijzingen gedaan die niet meer kloppen. [SW2]
Kortom, voor het importeren van JUMP-templates kies je in 90% van de gevallen voor “overschrijven”.
Nadat de opties zijn geselecteerd zie je een samenvatting van alle tags, triggers en variabelen die worden toegevoegd aan de werkruimte. Dubbelcheck dit op vreemde benamingen, dubbele tags of andere opvallende zaken. Klik vervolgens op “toevoegen aan werkruimte”. [SW3]
Stap 6: Instellen van de GTM – Omgeving en koppeling met GA4
Nadat het template is toegevoegd aan de werkruimte kan je navigeren naar “werkruimte” en vervolgens naar “tags”. Hier verschijnen nu alle vooraf ingestelde tags van het template. De belangrijkste tag in dit overzicht is de “GA4 – Basic” tag. Deze tag zorgt ervoor dat alle data goed wordt doorgestuurd naar GA4. Om deze goed in te stellen hebben we het GA4 Metings-ID nodig en een variabele in GTM.
In stap 1 is uitgelegd waar het metings-ID gevonden kan worden. Onder de stap “extra” (aan het einde van dit document) staat een uitleg waar deze gevonden kan worden in bestaande GA4 – setups.
Voor de variabele in GTM moet je naar “werkruimte” navigeren en vervolgens naar “variabelen”. Scroll helemaal naar beneden totdat je “GA4 M.ID – …” ziet en klik hierop.
Vul in het tekst vak “waarde” de Metings-ID van GA4 in. Pas de naam aan zodat je “invullen” vervangt voor het metings-ID. Dit zorgt ervoor dat het makkelijk te herkennen is of het metings-ID is ingesteld.
Stap 7: Testen van de Setup
Nadat alle bovenstaande stappen voltooid zijn kan de GTM-containerversie gepubliceerd worden, dit doe je door rechtsboven op ‘verzenden’ te klikken. Vul onder de versienaam:
“GTM JUMP – Version {x}” in.
Nadat de container gepubliceerd is, kan je deze live testen in Google Tag Manager en Google Analytics 4. Zorg dat je in beide programma’s het volgende open hebt staan:
- In Google Analytics 4:
Klik linksonder op het tandwiel voor “beheer” en scroll naar beneden totdat je onder “gegevensweergave” de “DebugView” ziet, klik hierop. Doorloop vervolgens de GTM-stap hieronder.
- In Google Tag Manager:
Klik rechtsboven op “voorbeeld” en vul in het geopende tabblad de URL van de pagina in. Open vervolgens de pagina.
In de GTM-omgeving zouden er nu tags zichtbaar moeten zijn die gevuurd worden. Onder geactiveerde tags zou de tag “GA4-Basic” gevuurd moeten worden (zie voorbeeld hieronder). Als je hierop klikt zou er onder “Tag-ID” de juiste Metings-ID gevuurd moeten worden.
In de GA4 Debug View zouden de events binnen moeten komen. Op de events kan er additionele data bekeken worden. Let op: voor GA4 data duurt het gemiddeld 24 uur voordat het zichtbaar is in reports. Testen en optimaliseren kan dus lang duren. Maak dus goed gebruik van de DebugView en RealTime reports.
Vanuit het JUMP-kanaal zou het Purchase event getest kunnen worden als de prijsplannen gekoppeld zijn. Deze zou als “Transaction completed” binnen moeten komen in GTM.
Extra 1: Vinden van de Metings-ID in GA4
Vul in een bestaande GA4 property boven in de zoekbalk “metings-id” of “measurement-id” in, kopieer vervolgens het Metings-ID.
[SW1]Eerst beginnen met dat je op het tandwiel moet klikken bij JUMP om bij die screenshot te komen
[SW2]Het is echt bijna altijd overschrijven, maar het is nog niet helemaal duidelijk wanneer je nou moet samenvoegen
[SW3]Wat te doen bij vreemde benamingen, dubbele tags of andere opvallende zaken?